Historie bedrijvenkring Elburg
De bedrijvenkring Elburg is eind 1990 tot stand gekomen door een besluit van de algemene ledenvergadering van de tot dan functionerende Industriekring Elburg. Op 4 januari 1991 zijn de statuten bij de notaris Overbeeke, in het bijzijn van Bart Ottens en Jan Willem Kloosterziel gepasseerd. Vergroten van het draagvlak en een voor de gemeente krachtige(r) gesprekspartner zijn is de voornaamste reden van de omslag geweest. De Industriekring vertegenwoordige de grotere (industriele) bedrijven binnen de gemeentegrenzen. De bedrijvenkring Elburg is breder georienteerd. Het lidmaatschap staat open voor het gehele bedrijfsleven met uitzondering van detailhandels - en horeca bedrijven. In het eerste jaar zijn 60 bedrijven lid geworden van de vereniging. Belangenbehartiging van de aangesloten leden richting gemeente, en in sommige gevallen richting provincie, heeft voor het bestuur altijd voorop gestaan. De gemeente Elburg heeft de bedrijvenkring, ook in de beginjaren, als een serieuze (overleg)partner gezien. Met een groeiend aantal leden, weet de bedrijvenkring zich gesterkt in haar optreden. In 2007 is het ledenaantal opgelopen naar 75 leden. Naast belangenbehartiging ziet de bedrijvenkring Elburg netwerken ook als haar taak. Er worden een aantal bijeenkomsten georganiseerd waarbij de leden hun zakelijk netwerk kunnen verstevigen en uitbreiden.
Historie van Elburg
Op de vlucht voor de Zuiderzee
Bron: Geschiedenisbus.nl
Nederlanders hebben iets met water, het houdt ons al eeuwenlang bezig. De Elburgers weten er alles van. De zee was voor hen een belangrijke bron van voedsel maar vormde ook een bedreiging. De oude burcht die men in de 11e eeuw had gebouwd, was niet veilig genoeg als het stormde. Na de orkaan van 1362 en de watervloed van 1367 werd een belangrijke beslissing genomen.
Op de vlucht voor het Zuiderzeewater
Elburg ligt in Provincie Gelderland. Het is het bovenste stukje van de Veluwe. Ooit lag Elburg aan de Zuiderzee. Het is aan het einde van de veertiende eeuw in zijn geheel verplaatst. Dat deden ze omdat ze last hadden van het zeewater. Als het stormde sloegen de hoge golven grote stukken land weg. Vaak verdronken er mensen en dieren. Ze besloten om een stukje verderop een nieuwe stad te bouwen. Veilig voor de woeste zee, althans dat dachten ze.
De mensen van toen zouden zich nu het haar uit het hoofd trekken, weet je waarom? Omdat het verplaatsen van de stad eigenlijk niet had gehoeven. Ze hadden gewoon een paar eeuwen eerder de afsluitdijk moeten bouwen!
En nu is het genoeg, wij willen verhuizen!
Nederlanders hebben iets met water, het houdt ons al eeuwenlang bezig. De Elburgers weten er alles van. De zee was voor hen een belangrijke bron van voedsel maar vormde ook een bedreiging. De oude burcht die men in de 11e eeuw had gebouwd, was niet veilig genoeg als het stormde. Na de orkaan van 1362 en de watervloed van 1367 werd een belangrijke beslissing genomen.
De Elburgers wilden niet nog meer mensen, vee en land verliezen. En dus gaf Willem van Gulick, de hertog van Gelre zijn rentmeester die Arend Thoe Boecop heette de volgende opdracht:Wij willen, dat sy onse stat versetten sullen op een andere stede
Je begrijpt het al, de stad moest verplaatst worden. Hiervoor werd een geheel nieuw plan gemaakt. Nou is zo?n verhuizing natuurlijk nogal duur. Hoe kwam Elburg aan het geld?
In die tijd werd in deze stad veel gehandeld. Al in het begin van de 13e eeuw had het stadsrechten gekregen. Dat betekent dat de bevolking niet meer in dienst was van de landsheer maar dat ze vrij was. Ook mochten ze zonder te betalen over bruggen en door havens gaan. Ze kregen eveneens toestemming om jaarlijks een grote markt te houden. Door dit alles groeide de handel in het plaatsje enorm. In de 14e eeuw sloot Elburg zich aan bij andere handelsplaatsen en werd een Hanzestad. Dankzij de goede inkomsten was zo'n dure verhuizing mogelijk.
De plattegrond van een Romeins legerkamp?
|
 Elburg in 1580
|
Rentmeester Arend Thoe Boecop bouwde een stad met een rechthoekige plattegrond (als een soort dambord). Dat was heel bijzonder voor die tijd. Geen enkele andere stad had zo?n aparte plattegrond. Hoe kwam Boecop op het idee?
Er wordt wel gedacht dat Elburg ooit een grenspost van de Romeinen was. Dat zou mogelijk deze keuze verklaren. Een Romeins legerkamp (een castellum) was namelijk rechthoekig van vorm. Ook dat was volgens een soort dambordpatroon ingericht. Het is echter nooit bewezen dat de Romeinen ooit echt in Elburg verbleven. De vraag blijft onbeantwoord!
De Nieuwe stad werd in vier jaar gebouwd. Dat was hard werken. In 1396 wilde de hertog van Gelre wel eens zien wat er van de grootse plannen terecht was gekomen. Hij kondigde dus een officieel bezoek aan. Dat bracht Elburg in rep en roer want de bouw was nog niet helemaal klaar. Met hulp van de bewoners uit omliggende dorpen waren ze net op tijd klaar. In het najaar van 1396 kon graaf Willem van Gulick het nieuwe Elburg bewonderen.
|
 Kerk in de hoek
|
Eén ding ontbrak echter, een kerk. De oude kerk was buiten de muren komen staan. Pas in 1397 gaf de bisschop toestemming om een nieuwe kerk te bouwen. Meestal is een stad rondom een kerk gebouwd en staat deze dus in het centrum. In Elburg staat de kerk in de hoek. Alleen daar was nog ruimte op het moment dat de kerk verplaatst mocht worden.
Van Burcht tot vesting
De nieuwe stad Elburg kreeg een opvallende plattegrond maar dat was niet alles. Het was ook een degelijke vesting geworden. En hoe maak je van een stad een vesting?
Je bouwt muren om de hele stad. De Elburgers bouwden een muur met vier poorten, maar liefst twintig muurtorens ofwel rondelen en vier hoektorens. Buiten de muren werd ook nog eens een gracht gegraven. Later bouwde men aan de zeekant nog een verdedigingstoren, de Visscherstoren.
De bewoners waren lange tijd beschermd tegen het water. Ook de stormram en pijlen van de vijand konden hen niet raken. Later kwamen er andere wapens en toen bleek de vesting nog niet sterk genoeg. Hoe kon je nu voorkomen dat ijzeren kogels die door zware kanonnen de lucht in werden geslingerd de vesting zouden schaden? De vijand op grote afstand houden leek de beste oplossing. Dus werd een brede aarden wal buiten de gracht opgeworpen. Daarbuiten werd een tweede gracht gegraven. Het bleek een succesvolle oplossing.
De vesting Elburg doorstond vele aanvallen. Slechts een enkele keer moesten de Elburgers zich overgeven aan de vijand. Soms omdat een kwaadwillige inwoner de vijand een handje had geholpen.
Tegen de mens als vijand had men zich dus goed beschermd. Het water bleef nog altijd een gevaar. De grote watervloed uit 1570 veroorzaakte grote schade. Ook enkele grote stormen uit de 17e en 18e eeuw bezorgden veel overlast. Er verdronken zelden nog mensen in het stadje. Die waren veilig binnen de muren. Het vee buiten de muren werd zo nu en dan wel door de zee verzwolgen. Ook kwamen er vaak schepen op de Zuiderzee in gevaar. Vele schippers zijn nooit meer teruggekomen van een dag vissen. Ook in de 19e eeuw was Elburg zo nu en dan geheel door water omgeven omdat een dijk was doorgebroken. Het stadje was dan alleen per boot te bereiken. De vraag naar een definitieve oplossing van deze problemen groeide. Niet alleen in Elburg.
Ambachten op het land en bij de visserij
De afsluitdijk als wapen tegen de verwoestende zee
Al in 1667 bedacht een zekere Hendric Stevin een plan om de Zuiderzee af te dammen. Ook toen al wilde hij grote delen inpolderen. Het plan stuitte toen echter op technische problemen. Ze wisten niet hoe ze in een grote oppervlakte stromend water een dijk moesten bouwen. Cornelis Lely (1854-1929) slaagde er ruim twee eeuwen later wel in. Hij maakte een plan dat wel uitvoerbaar was. In 1918 werd de Zuiderzeewet aangenomen. Er kon begonnen worden met dit grote project.
Van 1919 tot 1932 werd er gebouwd aan de 30 kilometer lange afsluitdijk. Deze verbindt Noord-Holland via het eiland Wieringen met Friesland. De Zuiderzee had opgehouden te bestaan. Vanaf dat moment waren de bewoners rond het IJsselmeer veilig. De Zuiderzee heette voortaan zo. Ook in Elburg was men veilig, toch was er protest te horen. De afsluitdijk had gevolgen voor de visserij. Veel bewoners van Elburg verdienden hier hun geld mee. In 1887 waren er 54 vissers en rond 1920 nog steeds 72. Na 1932 moesten veel vissers ander werk zoeken.
De verandering van zout naar zoet water had grote gevolgen voor de visstand. Veel vissoorten (haring, bot, ansjovis, spiering en garnaal) verdwenen. Er kon dus veel minder gevist worden. Alleen de palingvangst bloeide. Rond 1950 beleefde de palingvangst goede tijden. In 1956 werd Oostelijke Flevoland ingepolderd. Elburg werd geheel van het open water afgesloten. Het aantal vissers ging steeds verder achteruit. In 2001 zijn er nog maar twee bedrijfjes in Elburg die bestaan van de visserij.
Zo zie je maar dat deze beslissing van de regering grote gevolgen had voor de mensen uit Elburg. Veel Elburgers verloren door de afsluitdijk hun werk. Toch was die dijk noodzakelijk voor de veiligheid van alle mensen rondom de Zuiderzee. Als ze die afsluitdijk enkele eeuwen eerder hadden kunnen bouwen. Dan had Elburg niet hoeven verhuizen! Maar de technische kennis ontbrak nog en dus zat er niets anders op. Het was een verhuizing die Elburg een hele bijzondere plattegrond en rijke geschiedenis gaf.
Ben je nieuwsgierig geworden naar Elburg? Ga er dan eens kijken. Iedere tweede zaterdag van September zijn er de Botterdagen. Veel mensen die nog een oude botter hebben komen dan naar Elburg. Er is ook een feestelijke markt met oude ambachten. Je kunt zien hoe ze touw maken, visnetten breien en vis roken. De mensen zullen je graag alles vertellen over de botters en over de visvangst die eens zo belangrijk voor ze was.
Waar ligt Elburg?
Bron: Routenet.nl